Ken je het beroemde schilderij van Leonardo Da Vinci ‘Het laatste avondmaal’? Daarom zien we Jezus in het centrum zitten achter een tafel, terwijl zijn discipelen links en rechts van Hem druk in de weer zijn. Het is een prachtig schilderij, maar de werkelijkheid was anders. Tijdens het laatste avondmaal lagen Jezus en zijn discipelen aan tafel. Hun hoofd en handen bevonden zich bij de tafel, hun voeten waren naar de muur gericht. Nadat Jezus de voeten van de leerlingen heeft gewassen, inclusief die van Judas Iskariot, wordt Jezus bedroefd. Hij zegt dat iemand Hem gaat verraden. ‘Wie dan?’, vraagt Petrus aan Johannes. Hij ligt waarschijnlijk zo dat hij Jezus niet goed kan horen. Johannes hoort het wel. ‘Degene aan wie Ik dit stukje brood geef?’, zegt Hij. Hij doopt het in de olie en geeft het aan Judas. Brood delen met iemand is een gebaar van vriendschap. Jezus biedt vriendschap aan zijn vijand aan. ‘Doe maar wat je moet doen’, zegt Hij. En Judas vertrekt. Hij pakte wel het brood, maar niet de vriendschap aan. Later die avond zegt Jezus dat er geen liefdevoller daad is dan je leven geven voor een vriend. Jezus wilde sterven voor Judas, maar Judas wilde zilver. Jezus biedt ook jou brood aan. Wat moet je daarvoor opgeven? Je verlangens. Dat betekent niet dat je volmaakt hoeft te zijn. Petrus en de anderen waren niet perfect, maar ze pakten het brood én Jezus’ vriendschap aan.