De afgelopen maanden hebben we gekeken naar Jezus. We volgden Hem door stilte, stormen, drukte. We zagen Hem luisteren naar de stem van Zijn Vader, steeds weer afstemmen. En deze week staan we in de tuin van Gethsemane, waar Hij bidt in de worsteling: ""Niet Mijn wil, maar Uw wil.""
Diezelfde avond bad Hij ook een ander gebed. Een gebed vol verlangen.
""Vader, laat hen één zijn, zoals Wij één zijn.""
In alles wat Jezus doet, laat Hij de Vader zien. Hij ís de weg naar de Vader. En nu, in deze laatste uren, bidt Hij niet alleen voor zichzelf, maar voor ons. Dat wij Hem niet alleen volgen, maar ook thuiskomen bij de Vader. Dat we bij Zijn hart neerknielen als het leven pijn doet en binnenrennen als we blij zijn. Thuis. Een leven verweven met Gods hart. Een leven geworteld in Zijn aanwezigheid.
Wat doet dat met jou? Als je terugkijkt op de afgelopen maanden, wat heb je gezien in Jezus dat je dichter bij de Vader bracht? Waren er momenten dat je Zijn stem herkende en wist: hier hoor ik thuis? En momenten dat overgave moeilijk voelde, dat je worstelde om jouw wil los te laten?
In Jezus’ gebed hoor je Zijn verlangen. Dat je steeds meer thuisraakt in de verbondenheid met de Vader. Dat je ontdekt: discipelschap is niet een rijtje taken afvinken – Bijbel lezen, bidden, juiste keuzes maken – maar leven in Gods nabijheid. Zoals Jezus dat deed – in vertrouwen, in liefde.