Joden

7 Kruimels
Codenaam IJsvogel
Codenaam IJsvogel
Een spannende WOII-roman over een bijzondere familiegeschiedenis in een Nederlands decor. Codenaam IJsvogel van prijswinnend auteur Liz Kessler is een meeslepende jeugdroman voor lezers vanaf 12 jaar over het oorlogsverleden van de familie van Liv. Wanneer Liv voor een schoolproject op zoek gaat naar haar familiegeschiedenis, doet ze een bijzondere ontdekking die haar leven voorgoed verandert. Oma Mila en haar zus Hannie waren tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken bij het verzet. De Joodse zusjes uit Amersfoort werden naar Amsterdam gestuurd om onder te duiken. Daar raakten ze betrokken bij een verzetsgroep, met dramatische gevolgen. Stukje bij beetje – en met de hulp van een oude bekende van haar oma – ontrafelt Liv het verleden van haar familie. Een buitengewoon indrukwekkend verhaal over familie en vriendschap, verraad en verzet, moed en hoop.
10 Joden 1 Messias
10 Joden 1 Messias
In 1948 werd de staat Israël gesticht. Er woonden toen slechts 23 Messiaanse Joden in het land. Vandaag de dag wordt hun aantal op ongeveer 20.000 geschat. Was aan het begin van onze eeuw een Messiasbelijdende Jood nog een zeldzaamheid in Israël, vandaag kent bijna iedere Israëliër wel iemand die in Jesjoea gelooft als de Messias van Israël. De Messiaanse beweging is nog steeds een kleine minderheid, maar wel een groeiende minderheid. Toch voelen deze Messiasbelijdende Israëliërs zich vaak eenzaam. Ze krijgen te maken met afwijzing, uitsluiting en discriminatie door hun Joodse familie en omgeving, en hun behoefte aan contact met medegelovigen is groot. We hopen met dit boek de Joodse gelovigen in Israël dichter bij je hart te brengen. In 10 Joden, 1 Messias (auteur: Jacqueline Looman) maak je kennis met tien Israëliërs die vertellen over hun geloof in de Here Jezus. Ze wonen allemaal in het land, maar hebben totaal verschillende achtergronden. Daarom krijg je ook informatie over die achtergronden. Je leert dat Israël een immigrantenland is, je leert over de geschiedenis van de Messiaanse beweging, over ultraorthodoxe Joden, Ethiopische Joden en Russische Joden. Al die verhalen maken één ding duidelijk: Joodse mensen moeten bekendgemaakt worden met hun Messias. En als ze Hem dan leren kennen, voelen ze zich vaak meer Joods dan ooit te voren. Uitgave in samenwerking met Stichting Israël en de Bijbel.
De Joodse keuken
De Joodse keuken
De Joodse keuken is een compleet naslagwerk, waarin zowel geschiedenis als recepten een rol hebben. De boeiende inleiding vertelt alles over het joodse volk, zijn geschiedenis, zijn feesten, en over de kookkunst die in het dagelijks leven zo’n belangrijke rol speelt. Een uitgebreid overzicht van Joodse voedingsmiddelen geeft informatie over de betekenis van de ingrediënten, en over de regels omtrent het gebruik hiervan. Dit boek bevat meer dan 150 traditionele recepten van de vele diverse Joodse gemeenschappen uit de hele wereld, zoals Oost-Europa, de Verenigde Staten, Noord-Afrika en India. De Californische Marlena Spieler is een auteur van meer dan zeventig kookboeken. Daarnaast is ze columnist en werkt ze voor radio en televisie. Deze herdruk is verschenen in een geheel nieuwe uitvoering met een nieuw ISBN.
Bloed aan onze handen
Bloed aan onze handen
Gedenken is een groot onderdeel van het Joodse geloof en een opdracht die in de Bijbel vaak terugkomt. Maar om te kunnen gedenken, moeten we weten wat er is gebeurd. Het is tragisch dat juist christenen –die geënt zijn op de olijfboom Israël – bijna niets weten over tweeduizend jaar Joods lijden. Het is juist de christelijke Kerk geweest (‘christelijk’ in naam, maar niet in houding...) die een groot deel van de afschuwelijke geschiedenis van Israël heeft geschreven; en niet met inkt, maar met Joods bloed. Het wordt tijd dat wij, christenen, ons bewust worden van dit verleden. Het boek ‘Bloed aan onze handen’ zou door iedere christen gelezen moeten worden. Gelovigen uit de volken moeten weten wat het Joodse volk in de loop der eeuwen in de naam van Jezus is aangedaan. Het leren kennen van de geschiedenis is pijnlijk, maar broodnodig in de weg naar herstel. Dit boek is geschreven met een brandend (en vaak gebroken) hart, in de hoop dat Gods kinderen in deze tijd radicaal de zonden die de Kerk in het verleden heeft begaan, verwerpen. Alleen dán kan er verzoening komen. Verzoening tussen de Kerk en het Joodse volk en verzoening tussen het Joodse volk en haar Messias.
Het meisje uit het verscholen dorp Midprice
Het meisje uit het verscholen dorp Midprice
Een aangrijpend en spannend oorlogsverhaal over een dapper meisje. 'Het meisje uit het verscholen dorp' van Irma Joubert vertelt het aangrijpende oorlogsverhaal van de jonge Mentje. Nunspeet, 1943. Mentje is niet blij met de vreemde mensen die haar vader in het geheim op de stalzolder van hun boerderij laat wonen. Op een dag gaat het helemaal mis. De soldaten halen iedereen weg - behalve Mentje. Na een angstige vlucht komt ze midden in de nacht in een geheim dorp in de bossen, waar tientallen joodse mensen verborgen zitten. Maandenlang blijft ze daar wonen, tot het te gevaarlijk voor haar wordt en Mentje naar Arnhem moet. Maar hoe lang zal het daar veilig zijn? En hoe moet vader haar nu vinden als hij vrij komt? 'Een ode aan overlevers. Aanrader!' - Libelle 'Een heerlijk leesbaar, spannend en boeiend verhaal.' - EO Visie
Een goede buur, een verre vriend
Een goede buur, een verre vriend
Een goede buur, een verre vriend Jannie J. van Belzen-Poortvliet Mij werd verteld van oorlog en geweld. Het scheen mij wel een boze droom te zijn. Ik hoop en bid – om vrede voor altijd. Rachel Polak is met hulp van de buren aan de nazi’s ontsnapt en als onderduikster in Zeeland terechtgekomen. Het verdriet om haar verdwenen familie en vrienden schrijnt nog elke dag; de Tweede Wereldoorlog heeft haar hele leven beïnvloed. In de jaren zestig maakt Rachel met haar dochter Sari een reis door Israël. Tijdens het bezoek aan een kibboets wordt ze op een bijzondere wijze met haar verleden geconfronteerd. Zal Rachel eindelijk haar trauma's leren verwerken? In deze historische roman zijn veel waargebeurde feiten over de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog verwerkt. Oorlog Ik zat aan moeders bed en zij vertelde Mij van de oorlog, honger en geweld. Ik luisterde aandachtig naar haar stem Zij heeft mij toen van vroeger veel verteld. Mij zonk de moed en hoop toen heel ver weg. Ik dacht bedroefd: Hoe kan een mens zo zijn? De diepe angst sloeg fel mij om het hart. Ik voelde goed mijn moeders diepe smart En schoof mijn roze stoel wat dichterbij. Ik keek en in haar oog zag ik een traan, Zij heeft gezegd: Zo zal het altijd gaan. Mij werd verteld van oorlog en geweld. Het scheen mij wel een boze droom te zijn. Ik hoop en bid – om vrede voor altijd. Hoofdstuk 1 Voorjaar 1968 ‘We gaan, mama! We gaan!’ roept Sari, terwijl ze de foto’s in de reisgids aanwijst. ‘Sari, doe dat blad dicht, we gaan nu lezen.’ ‘Ja maar papa, ik...'…’ ‘Sari, doe je mond dicht!’ Rachel zit met gebogen hoofd aan de tafel. Vandaag moet ze beslissen. Ze is geneigd om de knopen van haar vest te tellen, zoals ze vroeger thuis ook weleens gedaan had. Ja, nee, ja, nee. Ze rilt en schuift haar bordje opzij; ze kan geen hap meer door haar keel krijgen. ‘Mama, kijk! Dit wil je toch niet missen?’ ‘Sari, nu even stil zijn, de jongens willen ook weg!’ zegt Jan streng. Dan – heel wat zachter – tot zijn vrouw: ‘Zullen we lezen, Rachel? Johan en Simon, eerbiedig zijn!’ Na het amen vliegen de jongens van hun stoelen af en stuiven de bijkeuken in. Ze doen hun laarzen aan en halen de hengels uit de schuur. Dan wordt het stil in de woonkeuken van Hoeve Braeckenburgh. Jan werpt een blik op de keukenklok en pakt zuchtend de krant van tafel. Sari die aan de andere kant van de tafel zit, bladert alweer in de reisgids. Ze zoekt driftig naar de bladzijde, die ze met een rode pen had aangekruist. Rachel staart stil voor zich uit en weet nauwelijks wat Jan gelezen heeft. Ze bekijkt het onderste knoopje van haar vest – dit eindigt met ‘ja’. Sari heeft een vakantiebaantje bij een bakker in Middelburg. Naast de bakkerszaak staat een oud pand ‘Het Moriaantje’. Dit huis wordt momenteel aan Hans en Lenie de Visser verhuurd, die op de bovenverdieping zijn gaan wonen. Beneden hebben ze hun reisbureau gevestigd. Sari die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Zeeuwse stad, had aan Hans gevraagd of ze in de zaak mocht kijken. Tijdens de rondleiding vertelde Hans over het opstarten van zijn reisbureau en de aanstaande reizen. En wat blijkt? Ze hebben ook een excursiereis naar Israël georganiseerd. De staat Israël bestaat twintig jaar, een mooi moment om daarbij stil te staan. Vorig jaar woedde er tussen Israël en de Arabische landen de zesdaagse oorlog. Inmiddels is het reizen daarheen weer veilig. Sari had Hans verteld over haar moeders verleden en haar liefde voor Israël. Hans gaf meteen de gloednieuwe reisgids mee. Hij beloofde bij deze reis zelf de reisleider te worden, zijn vrouw zou ook meegaan. Sari verbreekt de stilte van de keuken: ‘Zal ik de beschrijving nog eens voorlezen, mam?’ Rachel negeert de vraag. Sari ratelt: ‘Op dag één gaan we naar Jeruzalem. De dag daarna zullen we de Dode Zee te zien krijgen. Daar kunnen we zwemmen en drijven als een houtje op het water. Dat schijnt heel gezond en genezend voor de huid te zijn,’ lacht ze. Rachel hoort gelaten de woordenvloed van haar dochter aan en neemt een slokje thee. ‘Mama, luister! Hier staat ook iets geschreven over een boottocht op het Meer van Galilea. Het Meer van Galilea komt meerdere keren in de Bijbel voor, onder andere vond de wonderbare visvangst daar plaats en liep Jezus over het water. We gaan ook naar Kapernaüm: daar woonde Petrus! We zien de ruïnes van zijn huis en een synagoge. We maken een wandeling door Nazareth, de plaats waar de aartsengel Gabriël vertelde aan Maria dat ze een Kindje zou krijgen en waar Jezus opgroeide. Dan komt er een lange dagtocht naar een kibboets. Dat is echt wel wat voor jou!’ Rachel bijt op haar lip; het liefst stopt ze haar vingers in de oren. Dagenlang gaat het nu al over die Israëlreis en nog steeds kan ze geen keuze maken. Sari hoeft haar niets wijs te maken over het land van haar voorvaderen. Vader vertelde vroeger elke dag over de Bijbelse geschiedenissen. De wonderlijke verhalen van Mozes en de profeten. De wonderen die Jahweh in de woestijn voor Zijn volk deed. Rachel zucht diep. Als vader dit eens wist … Vader keek graag naar de lucht. ‘Daar zie je altijd wel wat, Rachel,’ zei hij dan. ‘De zon of de maan en de sterren.’ Keken ze op een winteravond omhoog naar de sterrenhemel, dan wees hij de Grote Beer aan en zei met zachte stem: ‘Kijk omhoog, Rachel. Herken je hoog in de lucht in dat rijtje sterren de vorm van een steelpan?’ Rachel knippert met haar ogen. Hier in de polder kijk je vanzelf naar de lucht. Dan zie je regelmatig de luchtstrepen van vliegtuigen. Die joekels van vliegtuigen gingen richting Engeland. Als ze het aandurft, zit ze daar over een paar weken ook in. Voor het eerst op reis in een vliegtuig en zonder Jan. Ze wil niet aan die vliegreis denken. Urenlang moeten de passagiers hutjemutje vastgebonden zitten in die ijzeren vogel. Voortgedreven door de stuwende kracht van de brullende motoren. Het geluid alleen al maakt haar doodsbang. Die angst om op reis te gaan, zal ze nooit kwijtraken. Zelfs een dagje met Jan naar de Keukenhof maakt haar al zenuwachtig. Rijden ze het dorp nog maar net uit, dan begint ze al te roepen: ‘Jan, pas op, een vrachtauto!’ Jan weet haar altijd af te leiden. Een twinkeling in zijn ogen is meestal voldoende. Rachel voelt de ruwe stof van Jans werkbroek tegen haar knie en kijkt haar man vragend aan. Jan schuift de trouwbijbel dichterbij en knikt haar bemoedigend toe. ‘Heb je het daarnet gehoord?’ Ze schudt schuldbewust haar hoofd en leest de overbekende psalmregels. Boven de Psalm staat geschreven: ‘Gods bescherming tegen gevaren.’ Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen. Ik zal tot den Heere zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! Mijn God, op Welken ik vertrouw! Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Ik zal hem Mijn heil doen zien.
De staljongen van Auschwitz
De staljongen van Auschwitz
De joodse Heinz – Henry – Oster was twaalf toen hij door de nazi’s werd afgevoerd. Hij wist aan de gaskamers te ontsnappen omdat de stallen in Auschwitz staljongens nodig hadden. Dit is zijn verhaal. Heinz Oster was pas vijf jaar oud toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam. Als een van de 2.011 joden die in Keulen in 1941 door de Gestapo werden opgepakt, werd ook hij gedeporteerd. De twaalfjarige jongen werd vervolgens van kamp naar kamp gestuurd. In Auschwitz ontsnapte hij aan de gaskamer omdat de paardenfokkerij staljongens nodig had. Hij hield zich wanhopig vast aan de overtuiging dat als hij zich onmisbaar zou maken, hij een grotere kans zou hebben om deze hel te overleven. Heinz was een van de weinige Keulse Joden die na de oorlog de kampen levend verliet. Na de oorlog emigreerde hij naar Amerika en veranderde zijn naam in Henry. Dit is zijn verhaal.
Duurzaam & sociaal
Altijd retourneren & levenslange service
Gratis verzending vanaf €40,-
Hulp of advies nodig?
Vind je antwoord eenvoudig en snel op onze service pagina.
DagelijkseBroodkruimels Team
40.000+
volgers
45.000+
vind-ik-leuks
9,2/10
3953 beoordelingen
iDEAL
Algemene voorwaardenPrivacyCookies
© 2014 - 2024 Dagelijkse Broodkruimels